Goed om te weten

De productie van de 924 startte in 1976 en liep door tot 1985. De auto was uitgerust met een 2.0 liter motor waarvan onderblok van gietijzer was en de cilinderkop van aluminium. Het onderblok vond zijn oorsprong in een 1871 cc motor van audi. Deze motor was voor het eerst gebouwd in 1965 en was uitgerust met stoterstangen, daarna werd het blok door auto ingrijpend onder handen genomen onder de naam project EA831. 

Toen eenmaal duidelijk werd dat het blok in de nieuwe 924 van Porsche zou gaan worden gebruikt werd het motorvolume vergroot tot 1984 cc en werden de 5 hoofdlagers van de krukas vergroot. Tevens werd er een gesmeede krukas gemonteerd in plaats van een gegoten omdat dit meer in de lijn lag met de Porsche traditie. Tevens werden gegoten zuigers gemonteerd met een uitsparing voor de kleppen om deze de gelegenheid te geven te ruimen indien de nokkenasriem plotseling zou breken. 

Omdat de motor in een hoek van 40 graden gekanteld gemonteerd zou worden werd door Porsche een speciale carterpan ontwikkeld met zeer veel koelvinnen. Hierdoor was geen afzonderlijke oliekoeler nodig. 

De gegoten aluminium cilinderkop werd speciaal door Porsche voor de 924 ontwikkeld en heeft een vijfmaal gelagerde nokkenas welke via een getande snaar wordt aangedreven door de krukas. De cilinderkop heeft twee kleppen per cilinder en conisch handmatig verstelbare klepstoters. De cilinderkop heeft uitsparingen voor de injectoren van het mechanisch injectiesysteem van Bosch, het zogenoemde K-jetronic systeem. 

Kortom het motorblok van de 924 komt niet uit een audi bus of uit een volkswagen. Het motorblok in de 924 configuratie is specifiek voor de 924 ontwikkeld en wordt in geen enkel ander merk toegepast. Mensen die zeggen dat de 924 een audi blok heeft vinden waarschijnlijk ook dat een 911 een kever motor heeft (en dit is niet het geval kan ik u verzekeren) 

The 924 was oorspronkelijk leverbaar met een 4-bak, terwijl een 5-bak en automaat in latere bouwjaren tot de mogelijkheden behoorde. Vanaf bouwjaar 80 werd de 5-bak van Audi als standaard transmissie geleverd. 

Sommige auto’s in de overbruggende jaren konden als optie uitgerust worden met de 016Z Audi 5-bak, waarbij de eerste versnelling links onderin van het schakelpatroon zit. Deze versnellingsbak heeft het zogenaamde “dog-legg” schakelpatroon en wordt gezien als een sport versnellingsbak omdat de tweede en derde versnelling in het schakelpatroon onder elkaar liggen wat sneller schakelen mogelijk maakt. Vooral op het circuit is dit van belang. 

Vooral op de vroegen modellen 924 Turbo is deze sportversnellingsbak veel te vinden, latere modellen werden veelal uitgerust met een transmissie met gebruikelijk schakelpatroon waarbij de eerste versnelling links bovenin het schakelpatroon zit. Deze versnellingsbak zou later de basis vormen voor de 944 transmissie. 

In 1986 werd het 2.5 liter aluminium blok en de aandrijflijn van de 944 getransplanteerd in de 924 carrosserie en verkocht als 924S. Behalve dan de uiterlijke kenmerken van de 924 heeft de 924S weinig gemeen met de 924. Motor, aandrijflijn, transmissie en remsysteem zijn allemaal identiek aan de 944. Dit heeft vergaande gevolgen voor de prestaties en onderhoud van de auto. 

Overigens werd het 924S blok door Porsche ietswat geknepen. Een 924S heeft 150 pk tegenover de 163 PK van de 944. Omdat de 924 een aerodynamischere carrosserie heeft dan de 944 zou dit met een identiek blok betekenen dat de 924S sneller is dan de 944. Dat kon natuurlijk niet. De duurdere 944 moest een kleine voorsprong op de 924S kunnen behouden.

In 1979 verscheen als protoype de 924 Carrera GT, welke in 1980 in productie kwam, met een gelimiteerde oplage van 400. De Carrera GT was gebaseerd op de 924 Turbo en gaf een voedingsbodem voor de toekomstige 944. De 924 Carrera GT (en GTS) zijn overigens de enige watergekoelde Porsche die de naam Carrera mogen voeren.

 


 

In 1980 was de strategie van Porsche volledig gericht op de nieuwe watergekoelde wagens. Er was zelfs een plan om de productie van de 911 in 1984 te stoppen. Met een geheel nieuw watergekoeld 2.5 liter blok besloot het merk een nieuwe wagen te ontwikkelen, afgeleid van de 924 Carrera GT en GTS.

De nieuwe wagen kreeg de type aanduiding 944 en werd gelanceerd in 1982. De verkoop van het nieuwe type was vanaf de lanceering zeer succesvol. In 1983 bouwde Porsche al 26.500 944’s, waarvan een groot deel voor de Amerikaanse markt. De 944 brak alle verkooprecords voor Porsche en bracht het bedrijf er financieel weer bovenop.

In 1985 werd de 944 aanzienlijk opgewaardeerd. Deze opwaardering bestond onder andere uit een nieuwe op de carrosserie aansluitende voorruit, verbeterde antiroest-behandeling, een vernieuwd dashboard en een verbeterd ventilatiesysteem. 

De carrosserie van de 944 werd afgeleid van de 924 Carrera GT, wat vooral te zien is aan de bollingen in de voor- en achterschermen. Er werd een nieuwe voorkant ontwikkeld met een afzonderlijke bumber en een glasfiber voorpaneel met 2 langwerpige luchtinlaten. Er werd niet gekozen voor de NACA luchtinlaat op de motorkap van de Carrera GT, op alle types van de 944 bleef de motorkap glad. 

Het interieur van de 944 werd grotendeels van de latere 924 modellen overgenomen. Het dashboard was identiek aan dat van de 924 van 1982. Het stuurwiel werd overgenomen uit de 924 turbo. Midden 1985 werd het dashboard van de 944 turbo in de 944 toegepast. Het stuurwiel werd 18 mm hoger geplaatst en de stoelen 30 mm verlaagd. Verder werden de frisseluchtopeningen verbreed en werden de airco en verwarming verbeterd. 

De 944 werd geleverd met het nieuwe, geheel uit aluminium vervaardigde watergekoelde 2,5 liter blok. Het blok werd onder 30 graden gekanteld, om in de motorruimte te passen. Daar het blok van de 924 beschuldigd werd te rauw te zijn, werd de nieuwe motor uitgebalanceerd door 2 balansassen en met vloeistof gevulde motorsteunen. De twee parallel geplaatste balansassen draaien met tweemaal de snelheid van de krukas en hebben beide een ingecalculeerde onbalans, zodat de vibraties van de 4 cylinders over het gehele toerenbereik worden tegengegaan. Dit wel ten koste van 5 pk. 

Gedurende de productie van de 944 werd het blok een aantal maal verbeterd. Al vroeg in de productie werd de aandrijving van de nokkenas en balansassen verbeterd, omdat op de eerste modellen de nokkenasriemen een zeer korte levensduur bleken te hebben. Midden 1985 werden onder andere de oliepomp verbeterd en de carterinhoud verhoogd van 5,5 naar 6 liter. De vorm van de verbrandingskamer werd herzien door de montage van nieuwe zuigers en uitlaatkleppen. Verder werd er een grotere radiateur geplaatst en werd het DME-systeem en het luchtmassameetsysteem aangepast. In augustus 1988 werd het volume van de motor nog opgeschroefd naar 2.7 liter tot het einde van de productie in 1989. In 1986 werd ook de 944S geproduceerd met een 16 klepper 2,5 liter motor, wat in 1989 evolueerde tot de 944S2 met een 3 liter motor.

De transmissie van de 944 werd overgenomen van de 924 turbo. Een hydraulische bediende koppeling en een door VW-Audi gebouwde vijfbak brengen het vermogen van de motor naar de achterwielen via dubbele aandrijfassen. Het systeem van een door een transaxel aangedreven achtergeplaaste versnellingsbak geven de 944 een bijna perfecte 50-50 gewichtsverhouding, wat bij de 911’s in die jaren niet bepaald het geval was.

Vanaf 1983 werd de 944 met een optionele stuurbekrachtiging geleverd, die in oktober 1984 standaard voor alle typen (automaat / handgeschakeld) werd. De 944 heeft aan de voorkant een stabilisatorstang van 20 mm, waaraan in 1988 een 14 mm achterste stabilisatorstang werd toegevoegd. Vanaf midden 1985 kwamen er aan de voorkant triangels van gegoten lichtmetaal en halve langsarmen achter om de vering te verstevigen. 

De remmen van de 944 zijn afkomstig van de Carrera GT. Het remsysteem bestaat uit rondom geventileerde schijven bekrachtigd door een dubbele hoofdremcylinder. Vanaf 1984 werden de remcalipers voorzien van een verklikker die via een lampje op het dashboard waarschuwd voor versleten remblokken. Vanaf 1987 werd ABS als optie aangeboden, wat een complete revisie van het remsysteem betekende. Vanaf 1989 is ABS standaard op alle typen toegepast. 

In 1985 verscheen de 944 Turbo, die tot 1991 in productie bleef. Het 2,5 liter blok werd voorzien van een uit de 924 Turbo afgeleide turbo die het vermogen verhoogde naar 220 pk. De 944 Turbo bracht veranderingen, zoals een vernieuwde neus, diepere stoelen, een Turbo achterspoiler en vele verbeteringen in de aandrijving en remsysteem. In 1988 verscheen ook de Turbo S met 250 pk die in 1990 ook als cabriolet verkrijgbaar was.